Regeling vertrouwenspersonen en klachten

Inleidend kader

De Vereniging Biodanza Docenten Nederland zet zich in voor een veilige, respectvolle en integere beroepsuitoefening. Biodanza nodigt uit tot ontmoeting, nabijheid en verbinding. Juist daarom vraagt zij van biodanza-docenten een hoge mate van bewustzijn, verantwoordelijkheid en zorgvuldigheid in het omgaan met grenzen en vertrouwen. 

Deze regeling biedt dansers een toegankelijke en zorgvuldige manier om ongewenste ervaringen binnen biodanza te bespreken. Ook bij twijfel of ongemak kan ondersteuning worden gezocht. Het doel van de regeling is het bevorderen en waarborgen van een veilige en respectvolle omgeving bij biodanza-activiteiten, door ervaringen en klachten serieus te nemen en – waar mogelijk – in dialoog te zoeken naar een passende oplossing, met oog voor alle betrokkenen.

De regeling kent twee routes:
a. Voor ondersteuning, advies of het bespreken van een nare of verwarrende ervaring binnen biodanza, ook wanneer deze betrekking heeft op een andere danser of iets wat je hebt gezien, kan iedere danser terecht bij een vertrouwenspersoon.
b. Wanneer een danser een onprettige ervaring heeft met een biodanza-docent, kan deze er (ook) voor kiezen een formele klacht in te dienen via de klachtenprocedure.

De eerste route is bestemd voor het bieden van ondersteuning en het bespreken van ervaringen in de meest brede zin, ongeacht of deze betrekking hebben op interacties met de biodanza-docent, andere deelnemers of waargenomen situaties. De tweede route is uitsluitend gereserveerd voor formele klachten ten aanzien van het (niet-)handelen van een biodanza-docent jegens jou.

Je hoeft niet eerst naar de vertrouwenspersoon om een klacht over een biodanza-docent in te dienen, maar deze kan je wel adviseren. De regeling geldt niet voor ervaringen op een biodanza-opleiding; hiervoor kun je terecht bij de vertrouwenspersoon of klachtencommissie van de scholen. 

Artikel 1. De vertrouwenspersoon
1. Een deelnemer aan een biodanza-activiteit van een biodanza-docent die lid is van de vereniging kan een beroep doen op een vertrouwenspersoon van de vereniging. Het bestuur benoemt uit de leden ten minste twee vertrouwenspersonen. 
2. De vertrouwenspersoon biedt een veilige en vertrouwelijke ruimte om ervaringen, zorgen, twijfels of vermoedens van niet-toelaatbaar gedrag bij een biodanza-activiteit te bespreken. Dit geldt zowel voor ervaringen met een biodanza-docent als met andere dansers, en ook voor situaties die iemand als omstander heeft waargenomen.
3. De vertrouwenspersoon: 
a. luistert, ondersteunt en helpt bij het verhelderen van wat er is gebeurd en wat dit betekent;
b. ondersteunt bij het onderzoeken van gevoelens, grenzen en behoeften;
c. informeert over mogelijke vervolgstappen;
d. kan, als het een gedraging van een biodanza-docent betreft, desgewenst ondersteunen bij het indienen van een klacht en het volgen van de klachtenprocedure.
4. De vertrouwenspersoon: 
a. behandelt geen klachten;
b. verricht geen onderzoek;
c. neemt geen beslissingen en doet geen uitspraken over schuld, verwijtbaarheid of aansprakelijkheid.
5. Contact met de vertrouwenspersoon geldt niet als het indien van een klacht en leidt niet automatisch tot vervolgstappen. 
6. De vertrouwenspersoon is niet beschikbaar voor ervaringen binnen een school voor biodanza. 

Artikel 2. De klacht
1. Een deelnemer aan een biodanza-activiteit van een lid van de vereniging kan bij de vereniging een klacht indienen over een gedraging van die biodanza-docent in de uitoefening van diens functie als biodanza-docent. 
2. De klacht wordt ingediend per mail via het mailadres: klachten@biodanza.nl.
3. De klacht bevat in ieder geval:
a. de naam van de docent op wie de klacht betrekking heeft;
b. een zo concreet mogelijke beschrijving van de gedraging waarop de klacht ziet;
c. de naam, het mailadres en het telefoonnummer van de indiener. 
4. Een klacht wordt niet in behandeling genomen indien sprake is van:
a. ervaringen uitsluitend als een omstander bij een gedraging van een docent;
b. ervaringen binnen een school voor biodanza.

Artikel 3. De bemiddeling door de klachtenbemiddelaar
1. Een klacht wordt in ontvangst genomen door de klachtenbemiddelaar van de vereniging. Het bestuur benoemt uit de leden ten minste twee klachtenbemiddelaars. 
2. De klachtenbemiddelaar neemt binnen een week contact op met de indiener.
3. De klachtenbemiddelaar zendt de klacht zo spoedig mogelijk door naar de docent op wie de klacht betrekking heeft en stelt deze in de gelegenheid om binnen twee weken per mail of telefonisch te reageren. 
4. De klachtenbemiddelaar onderzoekt de feiten en tracht door bemiddeling tussen partijen te komen tot een voor beide partijen aanvaardbare oplossing. Zo nodig organiseert de klachtenbemiddelaar een online-bijeenkomst met deze partijen. 
5. De klachtenbemiddelaar stelt een schriftelijk verslag op van:
a. het onderzoek naar de feiten;
b. een beschrijving van de bemiddeling;
c. een verslag van de online-bijeenkomst, indien gehouden;
d. conclusies en eventueel advies.
6. Indien de bemiddeling niet tot een oplossing leidt en de indiener in de klacht volhardt, dan verwijst de klachtenbemiddelaar de klacht door naar de klachtencommissie. De klachtenbemiddelaar zendt de klachtencommissie zijn schriftelijk verslag, alle relevante mails en eventuele andere documenten. 

Artikel 4. De klachtencommissie
1. De leden van de klachtencommissie worden benoemd door de algemene ledenvergadering. In de klachtencommissie hebben zitting:
a. een onafhankelijke voorzitter (geen lid van de vereniging); 
b. een onafhankelijk lid (geen lid van de vereniging);
c. een lid van de vereniging. 
2. De klachtencommissie bestaat uit zowel mannelijke als vrouwelijke commissieleden. 
3. De klachtencommissie onderzoekt de klacht en stelt partijen in de gelegenheid om te worden gehoord. De klachtencommissie maakt een schriftelijk verslag op van het verhoor. 
4. De klachtencommissie stelt een schriftelijk en gemotiveerd oordeel op, inclusief eventuele aanbevelingen, en stelt partijen hiervan in kennis. 
5. Als de klachtencommissie vindt dat het gedrag van een docent niet toelaatbaar is, stuurt zij haar oordeel ook naar het bestuur.

Artikel 5. Maatregelen door het bestuur
1. Het bestuur kan op basis van het oordeel van de klachtencommissie besluiten tot:
a. berisping;
b. schorsing;
c. ontzetting uit het lidmaatschap (conform de statuten).
2. Het bestuur stelt de docent, de indiener, de klachtencommissie en de klachtenbemiddelaar in kennis van zijn besluit.

Artikel 6. Geheimhouding
De vertrouwenspersoon, de klachtenbemiddelaar, de leden van de klachtencommissie en de bestuursleden bewaren geheimhouding over alle informatie die zij in het kader van deze regeling verkrijgen. 

Artikel 7. Verslaglegging
De vertrouwenspersoon, de klachtenbemiddelaar en de klachtencommissie brengen jaarlijks schriftelijk verslag uit aan het bestuur over het aantal deelnemers door wie zij benaderd zijn en de resultaten van hun werkzaamheden. 

Toelichting Regeling vertrouwenspersonen en klachten VBN

Wanneer kun je contact opnemen met de vertrouwenspersoon van de VBN?
Je kunt contact opnemen met de vertrouwenspersoon als je binnen een biodanza-activiteit iets hebt meegemaakt of waargenomen dat voor jou niet goed voelt. Dat kan gaan om twijfel over grenzen, een gevoel van ongemak, verwarring of onveiligheid, of een situatie waarbij je niet goed weet wat passend is.

Dit kan betrekking hebben op:

  • een ervaring met een biodanza-docent;
  • een ervaring met een andere danser of dansers;
  • een situatie binnen biodanza die je als omstander hebt gezien of meegemaakt.

Ook als je nog geen woorden hebt voor wat er precies speelt, of als je alleen behoefte hebt aan een luisterend oor, ben je welkom. Over ervaringen binnen een biodanza-opleiding kun je terecht bij de vertrouwenspersoon van de scholen. 

Wat doet de vertrouwenspersoon wel?
De vertrouwenspersoon:

  • luistert in vertrouwen;
  • denkt met je mee en helpt ordenen wat er is gebeurd;
  • ondersteunt bij het verkennen van gevoelens, grenzen en behoeften;
  • informeert over mogelijke vervolgstappen, zonder daar zelf richting aan te geven;
  • kan, als het gaat om gedrag van een biodanza-docent, ondersteunen bij het indienen van een klacht.

Wat doet de vertrouwenspersoon niet?
De vertrouwenspersoon:

  • doet geen onderzoek;
  • velt geen oordeel;
  • neemt geen beslissingen;
  • doet geen meldingen of aangiftes.

Contact met de vertrouwenspersoon leidt niet automatisch tot verdere stappen. Jij houdt de regie.

Wat is een klacht?
Een klacht is een formele melding bij de vereniging over een gedraging van een biodanza-docent die een danser zelf heeft meegemaakt tijdens een biodanza-activiteit.

Het kan gaan om handelen of nalaten van de docent, bijvoorbeeld in de communicatie, de omgang met jou als danser, de wijze van begeleiden of andere aspecten van de beroepsuitoefening. Hieronder vallen in ieder geval ook grensoverschrijdend gedrag en ongewenste omgangsvormen, zoals seksuele intimidatie, discriminatie, agressie, geweld of pesten.

Wanneer kun je een klacht indienen?
Je kunt een klacht indienen als:

  • het gaat om een gedraging van een biodanza-docent die lid is van de VBN;
  • je deze gedraging zelf hebt ervaren tijdens een biodanza-activiteit.

Je kunt een klacht rechtstreeks indienen of je daarbij laten ondersteunen door een vertrouwenspersoon. Vooraf contact met de docent of de vertrouwenspersoon is niet verplicht.

Wanneer kun je geen klacht indienen?
Een klacht wordt niet in behandeling genomen als:

  • het uitsluitend gaat om iets wat je als omstander hebt gezien of van anderen hebt gehoord;
  • het gaat om een ervaring met een andere danser;
  • de ervaring heeft plaatsgevonden binnen een biodanza-opleiding.

In de eerste twee situaties kun je wél terecht bij de vertrouwenspersoon van de VBN voor ondersteuning, advies of het bespreken van wat je hebt meegemaakt of waargenomen. Als het gaat om ervaringen op een biodanza-opleiding, dan kan je een beroep doen op de vertrouwenspersonen en klachtencommissie van de scholen. 

Wat is de rol van de klachtenbemiddelaar?
Na ontvangst van een klacht neemt de klachtenbemiddelaar binnen een week contact met je op. De klachtenbemiddelaar heeft een bemiddelende rol en onderzoekt of het mogelijk is om, in overleg met jou en de docent, tot een oplossing te komen die voor beide partijen aanvaardbaar is. Dit kan bijvoorbeeld een gesprek zijn, uitleg, erkenning, excuses, teruggave van geld, of een andere passende oplossing. Zo nodigt vindt er een online-bijeenkomst plaats. 

Wat is de rol van de klachtencommissie?
Als bemiddeling niet tot een oplossing leidt en jij de klacht wilt voortzetten, wordt de klacht voorgelegd aan de klachtencommissie. De klachtencommissie onderzoekt de klacht, hoort beide partijen en stelt een schriftelijk en gemotiveerd oordeel op. Als de commissie vindt dat het gedrag van de docent niet toelaatbaar is, informeert zij het bestuur, dat de docent kan berispen, schorsen of uit het lidmaatschap ontzetten. 

Wanneer is gedrag van een biodanza-docent niet toelaatbaar? 
Niet-toelaatbaar gedrag is onder meer ongewenst verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag (met of zonder seksuele lading) van een docent jegens een dansers. Andere niet-toelaatbare gedragingen kunnen betrekking hebben op onprofessionele communicatie, het overschrijden van grenzen of het niet nakomen van financiële afspraken. De Agreement for harmonious coexistence van de Internationale Biodanza Federatie biedt hiervoor een toetsingskader.

Hoe zit het met privacy? 
Alle betrokkenen behandelen informatie vertrouwelijk. Wat je met de vertrouwenspersoon deelt blijft tussen jullie en gaat niet naar de klachtenbemiddelaar. Informatie die bij de klachtenbemiddelaar terechtkomt, wordt alleen bij een formele klacht gedeeld met de klachtencommissie, die geheimhouding bewaart. Als een docent onjuist heeft gehandeld, informeert de commissie het bestuur, zonder jouw persoonsgegevens te vermelden. 

Verslaglegging 
Jaarlijks rapporteren de vertrouwenspersonen, klachtenbemiddelaars en de klachtencommissie in geaggregeerde en geanonimiseerde vorm aan het bestuur over hun werkzaamheden. Dit waarborgt dat het bestuur op de hoogte blijft van eventuele ontwikkelingen en stelt de Algemene Ledenvergadering van de VBN in staat adequaat geïnformeerd te worden.